Oprichting VVD

Op 24 januari 1948 werd in Amsterdam de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) opgericht. Het heeft lang geduurd voordat de liberalen die van huis uit individualistisch zijn, zich wisten te verenigen in een landelijke partijorganisatie. Er hadden sinds 1885 met de oprichting van Liberale Unie heel wat afsplitsingen en naamsveranderingen plaats gevonden. De VVD zou uiteindelijk ontstaan door een fusie van de Partij van de Vrijheid (PvdV) en het comité-Oud. Het Comité-Oud bestond uit ontevreden leden van de Vrijzinnig-democratische Bond, die samen met de SDAP in 1946 opging in de Partij van de Arbeid. Pieter Oud (de voorzitter van Comité-Oud) was echter van mening dat de PvdA teveel een sociaaldemocratische koers op wilde en stapte samen met een aantal leden in 1947 uit de PvdA. Bij het kiezen van een naam voor de VVD, werd bewust afgezien van de term ‘liberaal', omdat dit teveel negatieve associaties opriep. In de Tweede Wereldoorlog werd liberalisme namelijk in verband gebracht met de economische crisis en werkloosheid uit de jaren 30. Toch plaatste de VVD zichzelf ideologisch wel meteen in de liberale traditie, met een grote nadruk op vrijheid van het individu.
Pieter Oud
Bij haar eerste Tweede Kamerverkiezingen in 1948 behaalde de VVD onder Pieter Oud 8 zetels. De VVD schoof direct aan in het kabinet Drees/Van Schaik, met o.a. de PvdA. Als partijvoorzitter en fractievoorzitter groeide Oud al snel uit tot de politiek leider van de partij. Onder zijn straffe leiding vertoonde het zeteltal van de VVD tot het einde van de jaren 50 een opwaartse koers. Het aantal zetels bedroeg zelfs 19 zetels in 1959. Van 1952 tot 1959 verkeerde de VVD in de oppositie, maar daarna zaten ze continu in de regering tot 1973. (met uitzondering van 1965-1967). In 1963 trad Oud terug als lijsttrekker en gaf het stokje over aan Edzo Toxopeus. Onder zijn opvolger en later ook Molly Geertsema bleven de zetelaantallen hangen op 16 à 17 zetels.
Straatarm
Vanaf het moment van oprichting drukte Oud samen met broer Melchiot zijn stempel op de partijorganisatie. Het partijapparaat bleef echter zwak, wat paste in de liberale traditie van een afkeer van een hechte partijorganisatie. In vergelijking met andere grote politieke partijen stond de VVD er financieel meestal slecht voor. Bij de oprichting was al duidelijk dat de VVD amper financieel op haar benen kon staan. De geldbehoefte liep altijd ver voorop bij de offerbehoefte van de leden. Het vermogen van de partij is altijd blijven zweven rond de nulgrens. Konden andere partijen in het verzuilde Nederland nog rekenen op verwante maatschappelijke organisaties om de kas te spekken, daar stond de VVD alleen. Ook heeft de VVD zich in eerste instantie tegen bijna elke vorm van overheidsteun verzet, maar uiteindelijk, na invoering altijd wel gebruik ervan gemaakt. Dit vooral omdat er anders ongelijkheid zou ontstaan tussen de partijen, beredeneerde men. In het boekjaar 1988 had de VVD zelfs een tekort van fl.536.000, waardoor het negatief vermogen opliep naar fl.644.000. Verschillende plannen moesten uitkomst bieden, zo was er zelfs een voorstel om het "Thorbeckehuis" aan de Koninginnegracht in Den Haag af te stoten. Dit voorstel werd door de ledenvergadering verworpen. De oplossing werd gevonden in flink te snijden in het personeelsbestand en de contributie te verhogen. De VVD heeft echter altijd uiteindelijk de eindjes aan elkaar kunnen knopen en bewezen met een klein budget te kunnen werken.
Hans Wiegel en de doorbraak

Dankzij de uiteindelijke ontzuiling brak de VVD dan eindelijk door. Deze doorbraak begon onder aanvoering van Hans Wiegel als fractievoorzitter. Hans Wiegel volgde Geertsema op in 1971 en behaalde bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1972 22 zetels. Mede door een harde oppositie tegen het kabinet-Den Uyl behaalde hij ook in 1977 een winst van 6 zetels. Met 28 zetels wist de partij Joop den Uyl uiteindelijk uit het torentje te houden, door een coalitie te vormen met het CDA, het (Kabinet-Van Agt I). Als vicevoorzitter en met regeringsverantwoordelijkheid verloor Wiegel wederom in 1981 en kwam uit op 26 zetels en moest kiezen voor de oppositiebanken. Wiegel trad terug en werd opgevolgd door Ed Nijpels. Ook gedurende deze periode steeg het ledental tot ongekende hoogte, 102.888 leden in 1982. Het tweede kabinet-Van Agt (bestaande uit CDA/PvdA/D66) hield maar 9 maanden stand en de VVD steeg naar 36 zetels bij de verkiezingen. Wederom keerde de VVD terug in het centrum van de macht, deze keer in het eerste kabinet-Lubbers. Bezuinigingen en de afslanking van de welvaartsstaat waren de inzet!
Een grote electorale dip
Als gevolg van interne affaires en conflicten ging in 1986 wederom een groot deel van de zetels verloren. Het restant van 27 zetels was wel genoeg om wederom regeringsverantwoordelijkheid te dragen in het tweede kabinet Lubbers. Nijpels werd in dit kabinet minister en opgevolgd als fractievoorzitter door Joris Voorhoeve. Als politiek leider van de VVD botste Voorhoeve regelmatig met Lubbers en veroorzaakte in 1989 de val van het kabinet. De VVD-fractie keerde zich tegen het regeringsvoorstel om het reiskostenforfait af te schaffen, terwijl de VVD-ministersploeg het kabinetsvoorstel bleef steunen. Na een afkeurende motie kondigde Lubbers het ontslag van het kabinet aan. Als ‘breker' moest de VVD bij de verkiezingen de prijs betalen en verloor 5 zetels en belandde met 22 zetels in de oppositie.
VVD in Paars

Joris Voorhoeve trok zijn conclusies uit de nederlaag en werd opgevolgd door Frits Bolkestein. De tijdsgeest zat de liberale partij mee, met de ondergang van het communisme in Oost-Europa.Daarnaast kon de VVD zich goed profileren in de oppositie tegen het derde kabinet Lubbers van CDA en PvdA. De Tweede Kamerverkiezingen van 1994 brachten de VVD 31 zetels en het werd bij de Provinciale-Staten verkiezingen in 1995 voor het eerst de grootste partij. Dit had tot gevolg dat de VVD ook de grootste fractie in de senaat kreeg. In 1994 ontstond er een mogelijkheid om zonder het CDA een kabinet te vormen en samen met aartsvijand PvdA en D66 een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Dit zogenaamde Paarse kabinet was al sinds 1976 in voorbereiding, door middel van het toen nog geheime Des-Indes overleg. Ondanks deze lange voorbereiding leek Paars er in eerste instantie niet te komen. Na een lange formatieronde brak de VVD, omdat de PvdA alleen bereid was te bezuinigen op de overheidsorganisatie en niet wilde snijden in de sociale voorzieningen. Tegen advies van de fractieleiders in, gaf koningin Beatrix toch de formatie een tweede kans. Deze tweede formatieronde had wel succes en het eerste paarse kabinet was een feit. Frits Bolkestein bleef in de kamer en zette een aantal maatschappelijke vraagstukken op de politieke agenda, die tot dan toe onbespreekbaar waren geweest in politiek Den Haag, zoals islam en immigratie. Deze lijn werd in 1998 beloond met 38 zetels en de VVD werd daarmee de tweede partij. Kort na de formatie van het tweede kabinet Kok trad Bolkestein verrassend af als fractievoorzitter en werd opgevolgd door Hans Dijkstal.
De opkomst van het populisme
In aanloop tot de verkiezingen van 2002 leek de VVD opnieuw een enorme winst te gaan boeken. De opiniepeilers peilden in 2001 nog 50 zetels voor de VVD. De strategie die de VVD daarna koos was er één van bewaring van eenheid, een laag profiel houden en het voorkomen van controversie tot aan de verkiezingen. Een strategie die hopeloos mislukte, met de komst van Fortuyn in de politiek. Dijkstal maakte als lijsttrekker mede dankzij deze gekozen strategie een weinig inspirerende en matte indruk op de kiezer en verloor fors bij de gemeente- en Tweede Kamerverkiezingen. De VVD die 1 jaar eerder nog als grootste partij gepeild werd verloor 14 zetels. Dijkstal kon niet anders dan zijn conclusies trekken en werd opgevolgd door Gerrit Zalm. Daarnaast koos de VVD ook voor een forse vernieuwing van de partijorganisatie. Zo stapte de partij landelijk over op het systeem van one-man-one-vote en zou de lijsttrekker direct door de leden gekozen worden. Ondanks het forse verlies bij de verkiezingen was er weinig alternatief dan toetreden tot het eerste kabinet-Balkenende (CDA/LPF/VVD). Door de snelle val van het kabinet wist de VVD in 2003 alweer 4 zetels terug te winnen, en trad wederom toe tot de regering. Zalm werd minister en opgevolgd door Jozias van Aartsen. Ondanks de winst bij de verkiezingen was nog geen sprake van een compleet herstel. Zo leverde de partij wederom zetels in bij de provinciale en Europese verkiezingen in 2004.
Woelige tijden

Na de toetreding van Zalm tot het kabinet, kwam een oude discussie binnen de partij weer naar boven. De VVD heeft nooit willen kiezen of de politiek leider de fractievoorzitter of de aanvoerder van de VVD-ploeg in het kabinet is. Na een aantal botsingen tussen Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen bepaalde de ledenvergadering dat Van Aartsen als fractievoorzitter de ‘politiek aanvoerder' was. Na stevige discussies stelde de algemene vergadering van de VVD in 2005 een nieuw Liberaal Manifest vast, waarbij bleek dat de ideeën van Van Aartsen ook weerklank vonden bij de leden.
Van Aartsen gunde zijn fractieleden erg veel vrijheid en dat ging vaak ten koste van de eenheid. Zo leken Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders vaak een eigen koers te varen ten opzichte van de fractie. Toen de regie wat strikter werd scheidde Geert Wilders zich in 2004 af van de partij. Voor het eerst scheidde een VVD'er zich af. Vlak voor de verkiezingen deed Anton van Schijndel hetzelfde. De teleurstellende uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 was voor Van Aartsen aanleiding om terug te treden. Daarom vond er een vervroegde ledenraadpleging plaats over de nieuwe lijsttrekker voor de komende verkiezingen.
Het was de eerste keer dat de leden zo direct hun lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen konden kiezen. De twee voornaamste kandidaten hadden een duidelijk verschillende stijl: Mark Rutte als geroutineerd politicus die zich op de linkervleugel richtte en Rita Verdonk die als nieuw talent van buitenaf aangetrokken onder Balkenende II vooral de rechtervleugel aansprak. Aanvankelijk leek Rita Verdonk de lijsttrekkerverkiezingen te winnen, mede omdat opiniepeilers vooral de electorale achterban peilde en geen goede methode hadden om leden te peilen. Ondanks deze peilingen bleek binnen de partij uiteindelijk een meerderheid van 51% voor Mark Rutte te kiezen, tegen 46% voor Rita Verdonk. De VVD was ondertussen in de peilingen gestegen naar 36 zetels, mede door de vele media-aandacht voor de ledenraadpleging.
Het bleek vanaf september toen de campagnes op gang kwamen niet mogelijk deze score vast te houden. De partij leek verdeeld te zijn en verloor uiteindelijk toch 6 zetels bij de verkiezingen. Voor het eerst in de geschiedenis haalde een kandidaat op een lijst meer stemmen dan de lijsttrekker. Om de kiezers niet te schofferen, wilde Rita Verdonk een onderzoek naar wat deze uitslag zou moeten betekenen voor het politiek leiderschap, hierbij gesteund door Hans Wiegel en Frits Bolkestein. Besloten werd dat een commissie onder leiding van Sybilla Dekker de recente campagnes van de partij onderzoekt.
Op 14 september 2007 heeft Mark Rutte Rita Verdonk op grond van een fractiebesluit uit de VVD-fractie gezet. Aanleiding hiervoor waren publicaties over een bijeenkomst waarin zij gesteld had dat de VVD onzichtbaar was in debat over het vreemdelingenbeleid, waardoor er geen vertrouwen meer bestond om met haar verder te werken. Het fractiebesluit ontketende een discussie binnen de gehele partij over de juistheid van het besluit zelf en de toekomst van de partij. Tijdens de algemene ledenvergadering op 15 september 2007 - die eigenlijk de uitslag van het onderzoek van Sybilla Dekker zou behandelen - werd door een aantal leden opgeroepen tot onder andere het opstappen van Mark Rutte en het partijbestuur of zelfs het terugdraaien van het fractiebesluit. Twee derde van de aanwezige leden steunde echter het besluit van de fractie. Uiteindelijk werd alleen een motie aangenomen waarbij het partijbestuur - met medewerking van een aantal ereleden - een poging moet ondernemen om Rita Verdonk voor de VVD actief te laten blijven. Verdonk maakte op 17 september 2007 bekend haar zetel in de Tweede Kamer te behouden en ook haar lidmaatschap van de VVD niet opzegt. Zij vormt daarmee naast de reguliere fractie van de partij een VVD-eenmansfractie. Of de VVD haar volgend op dit besluit zal royeren is nog niet bekend. Sinds maandag 15 oktober 2007 heeft Verdonk haar partijlidmaatschap van de VVD opgezegd. Inmiddels is Rita Verdonk begonnen met haar eigen beweging: Trots Op Nederland.
Rita Verdonk schoot met haar beweging als een komeet in de peilingen. In het begin van 2008 stond de teller op 28 virtuele zetels. Niet alleen Trots op Nederland maar ook de PVV van Geert Wilders was begonnen aan een opmars in de peilingen. Logischerwijs had de VVD het in die periode moeilijk. Populistisch rechts overschreeuwde het liberale geluid van de VVD. Niet alleen de VVD, maar ook het CDA en de PvdA kregen het bijzonder moeilijk door de opmars van populistische partijen op zowel de linker als op de rechtervleugel. Deze moeilijke periode was slechts van korte duur. De VVD voerde op een consequente liberale wijze oppositie tegen een zwak kabinet. Door te blijven hameren op de Liberale waarden en door te wijzen op de echte pijnpunten waar Nederland mee te maken heeft, keerde het vertrouwen in de VVD weer terug. Daarnaast voerde de VVD uitstekend oppositie tijdens de Algemene Beschouwingen van 2009. De VVD steeg in die tijd van 14 naar 24 zetels. Deze groeispurt kwam ook door de groeistuipen van zowel de PVV als Trots op Nederland. Trots op Nederland kreeg te maken met vervelende incidenten, waardoor het vertrouwen in de beweging zienderogen afnam. In een korte periode verdampte de 24 virtuele zetels tot slecht één zetel. Ook de PVV van Geert Wilders kreeg last van groeistuipen. De incidenten rond PVV-kamerlid Hero Brinkman en het dubieuze voorstel om de ‘kopvoddentax’ in te voeren zorgden ervoor dat ook de PVV qua zetels begon te verliezen.
De gemeenteraadsverkiezingen van 2010 verliep goed voor de VVD. In veel gemeenten van Brabant en Overijssel kwam de VVD als winnende partij uit de bus. Het vertrouwen en het harde werken werd uiteindelijk beloond.
Eind maart 2010 is de voorlopige kandidatenlijst van de VVD bekend gemaakt. Mark Rutte zal wederom de lijsttrekker zijn. Andere opvallende (grote) namen op de verkiezingslijst zijn: Janine-Hennis-Plasschaert en Han ten Broeke. Janine-Hennis-Plasschaert verwierf naam door haar sterke optreden in het Europese Parlement. Han ten Broeke – woonachtig in Haaksbergen – is de meest bekende VVD’er voor de Twentenaren in deze regio.
14 oktober 2010
Na ruim 100 dagen formatiebesprekingen is het dan zover. Een stevig kabinet met Mark Rutte aan het roer als minister-president. Een goed regeerakkoord en een gedogen van de PVV zullen Nederland laten afstevenen op een voorspoedig herstel.
